Author Archives: TIEN Plus

Tienplus op haar nieuwe stek

De ‘vaste kern’kwam kijken…

Sinds 11 februari zitten de dames van Tienplus te werken in De Koloriet, het wijkcentrum in Oud-Krispijn. Meer contact met de buurt is volop mogelijk, de schoolkinderen spelen voor het raam. En beneden is een gezellige koffieruimte waar je zo kunt aanschuiven. Volop voordelen dus.

Nog niet alles is uitgepakt en de foto’s hangen nog niet op, dus is het nog wat rommelig, maar toch is het al een gezellig kantoortje. En de werkplek voor de vrijwilligers – belangrijk! – is al helemaal geïnstalleerd. Selma en Angela zijn nog niet helemaal gewend, maar dat komt vast wel goed.

Vorige week was er een ‘koffiemomentje’ voor iedereen om kennis te maken met de nieuwe werkplek. Het was niet heel druk, maar de ‘vaste kern’ kwam kijken.

Tien Plus verhuist naar Koloriet

Selma en Melissa druk aan het inpakken…

Tienplus ging op 11 februari – voor de zoveelste keer – verhuizen, nu naar de Koloriet. Waarom? Melissa: “Het pand is van SPUI93 en die hebben het verkocht, dus hebben ze ons de huur opgezegd. Zo simpel is het. Niet leuk, maar het is niet anders. We hebben voor de Kororiet gekozen, omdat dat gebouw het meest centraal ligt in de stad. Dan zijn we voor de meeste vrijwilligers toch goed bereikbaar.”

Selma: “En daar hadden ze een kantoor over, ook niet onbelangrijk! We vinden het ook een leuk centrum, veel activiteiten. Dus hopen we daar meer contact met de buurt en de bewoners te hebben. En die collega’s daar maken heel lekker eten!” Dat is natuurlijk het allerbelangrijkste! (grapje!)  Melissa: “Heel fijn is ook dat er nieuwe apparatuur komt en nieuwe computers, dus dat wordt een enorme verbetering. Het kantoor is ietsjes kleiner als we hier hebben, maar we krijgen hetzelfde aantal werkplekken. En we kunnen gebruikmaken van alle ruimten van de Koloriet voor vergaderingen en cursussen.”

Housewarming op woensdag 25 februari, van 14.00-15.30 uur, iedereen welkom!

Willy de Vogt: “Ik werd meteen in het diepe gegooid…”

Wijkkrant De Sterrenburger bestond in september 25 jaar. Tijd om aan de redactie te vragen hoe het daar met de krant gaat. Willy de Vogt werkt inmiddels bijna 23 jaar voor de krant, dus aan haar de eer.

Leuk feestje gehad?
Willy: “Nee, geen feest, wel een extra mooi jubileumnummer gemaakt. Omdat ik de kranten geschikt had gemaakt voor het archief ontdekte een redactielid van ons dat de krant 25 jaar bestaat. De allereerste krant had ik geprint om die vol trots te laten zien op onze vergadering. Toen ontdekten we dat iemand uit de wijk nog een allereerste krant had, dat was wel heel leuk. Daarvan hebben we de voorpagina afgedrukt. Wim – mijn man – is jaren later ook gaan meedoen. In het begin was er een heel grote groep, wel een stuk of 25 mensen, geloof ik. In de loop van de tijd zijn er veel mensen gestopt, het was niet wat ze ervan verwacht hadden, of ze vonden het teveel werk. Dat gebeurt altijd wel.”

Wat ging jij doen bij de krant? Opmaken?
“Nee, toen nog niet, de krant werd nog niet digitaal gemaakt, er werd nog geknipt en geplakt: alle tekst werd op grote vellen geplakt, op zo’n ding, hoe heet dat? Een lichtbak. Toen ik bij de krant kwam lag het tijdperk knippen en plakken al achter ons. Wel heb ik er hele verhalen over gehoord. Ik kwam erbij om teksten over te typen, je kreeg veel tekst die met de hand geschreven was, dat moest allemaal worden overgetypt. Nou, ik nam het dan mee naar huis en ik zat uren te tikken. Het kostte veel tijd, want niet iedereen schreef even netjes… Soms kon je het bijna niet lezen! Later heb ik ook nog de kleine kas onder mijn beheer gehad. In die tijd kwam de eerste computer in beeld, ik vond het te moeilijk. Onze eerste computer had een zwart-wit monitor, daar vond ik niets aan. Toen het kleurenscherm in beeld kwam begon ik het pas leuk te vinden, ook ben ik toen met het opmaken van de krant begonnen. Ik ging Sjef Bruyns, de opmaker, meehelpen toen hij ziek werd. Toen hij echt niet meer kon meedoen werd ik meteen in het diepe gegooid, want een andere opmaker was er niet en ik moest ineens de hele krant maken. Maar ik vind het nog steeds erg leuk om te doen.”

Wat mis je bij de krant?
Willy: “Een goeie eindredacteur en een paar mensen erbij die schrijven, dat zou heel fijn zijn. We zijn nu maar met een klein ploegje.”

Wat vind je het leukste bij De Sterrenburger?
Willy: “Het samen aan de krant werken, met elkaar iets doen, dat vind ik het leukste ervan. Het opmaken is heel leuk, maar dan zit je maar alleen aan je computer, het contact met de redactie maakt het heel fijn om te doen. En reacties uit de wijk zijn ook heel leuk natuurlijk, die krijgen we best veel. Meest complimenten trouwens!”

Margriet van Beek: “Ongelofelijk trots, net je eerste kind!”

Ze heeft een hele serie boeken geschreven waarvan er nu twee zijn uitgegeven. Spannende boeken over een journaliste die samen met haar vriend als een detective de boeven opspoort. Daar willen we meer van weten.

Hoe kwam je erbij een boek te gaan schrijven?
“Ik schrijf al sinds de HBO-opleiding (Personeels Management) toen kreeg ik van mijn docenten het commentaar dat ik te ‘verhalend’ schreef, dat moest zakelijker. Mijn docent zei: ‘schrijf nou maar mooie verhalen voor mij en maak de tekst van je werkstukken strak’. Dat heb ik gedaan, ik ben verhalen gaan schrijven. Later heb ik mijzelf aangeboden bij een webshop voor witgoed om voor hen teksten te maken. Ik vond dat die site wel wat opgeleukt kon worden, toen ben ik columns daarvoor gaan schrijven. Over Sjoon de wasmachine, die dol op zweetsokken was en in de keuken allerlei avonturen beleefde.”

“Die boeken schrijf ik samen met Henric van Esse, hij zei tegen me: ‘Waarom schrijf je geen boek?’ Nou daar heb ik wel een tijdje over lopen denken. Een boek, dat is wel een lang verhaal. Het moest natuurlijk een detectiveverhaal zijn. Henric stopt mijn hoofd vol ideeën, ik denk er een tijdje over na. En als ik dan ga zitten doet het toetsenbord het werk. Het lijkt dan vanzelf te gaan. Het moeilijkste is om een uitgever te vinden. We hebben er wel een aantal aangeschreven, en al snel reageerde uitgeverij Elikser. Maar gelukkig was het wel serieus en zijn de eerste twee delen van de serie over Meggy en Rico nu uitgegeven. Als deze twee goed verkocht worden zullen ze nummer drie ook uitgeven. Meggy is een journaliste, ze stuit op een berichtje in de krant: ‘In trein scootmobiel achtergelaten’. Een intrigerend bericht, wat is er met de gebruiker gebeurd? Kon die ineens weer lopen? Wie laat er nou een scootmobiel achter? Daarom gaat Meggy op onderzoek uit en komt achter het bestaan van een internationale bende.”

Dat klinkt wel heel spannend?
“Ja, dat is het – hoop ik – ook! Ik ben nu al weer aan het vierde boek bezig dat zich afspeelt in de paardenwereld. Ik ben daarvoor naar een grote manege geweest om te kijken hoe het er daar uitziet. Het derde boek gaat over misbruik van kinderen, de uitgever wilde dat als eerste uitgeven. Ongetwijfeld vanwege de actualiteit van het onderwerp, maar nadat ze deel een en twee gelezen had was ze erg enthousiast geworden om met het eerste deel te beginnen. En ja, als je dan met het ‘echte’ boek in je handen staat voel je je zo ongelofelijk trots, het is net je eerste kind!”

Hoe kwam je bij de Reelander terecht?
“Ik maakte de Leerpark bewonersnieuwsbrief, toen kwam ik in contact met de redactie van de wijkkrant. Ik heb toen een aantal jaren in de redactie gezeten, voor de onderlinge contacten. Toen mijn man ziek werd ben ik gestopt. Jaren later kwam ik Margriet Aalbers tegen en zij vroeg of ik weer wilde meedoen. Dat was in 2016 meen ik, dus ik zit nu al weer 3 jaar bij de Reelander. Heel leuk om te doen. Nee, we hebben nooit gebrek aan onderwerpen. Het gaat over wat je tegenkomt in de wijk en wat mensen je influisteren. En de redactie beslist uiteraard.”

Wil je nog iets vertellen dat ik niet heb gevraagd?
“Zowel Henric als ik zijn geïnteresseerd in het bestrijden van laaggeletterdheid. Tijdens het promoten van de boeken vragen we daar ook aandacht voor. Het herkennen, erkennen en doorverwijzen naar de juiste hulpverlener voor mensen met een taalachterstand is heel belangrijk.”

“Mensen zijn bereid hun verhaal te vertellen”

Aan het woord is Gerard Zwinkels, journalist bij de Reelander. Schrijver van artikelen als ‘Bij Bosshardt’, FC Dordrecht Amateurs, interview met edelsmid Ferdi Wouters en dergelijke. “Ik zit nog niet zo heel lang bij de Reelander, zowat een jaar geloof ik. Wat ik het leukste vind is dat iedereen zijn eigen idee kan inbrengen. Je hebt grote vrijheid bij het kiezen van je onderwerp. Er wordt wel een lijst bijgehouden van onderwerpen, dingen die je ziet in de wijk of waar je vanaf weet. We hebben een groot en leuk team van zo’n 12 mannen en vrouwen. En er is een sfeer van enthousiasme, zelfs mensen die niet meer in de wijk wonen blijven meedoen.”

“Wat ik zou willen veranderen? Meer pagina’s in de krant en 6 kranten per jaar maken. Niet iedereen is op elke vergadering, ik zou wel wat meer aanwezigheid willen zien in de redactie. Maar ja, ik besef ook wel dat iedereen zijn werk heeft en zijn eigen dingen die soms voorgaan. Ik ben gestopt met werken en heb nu meer tijd, ik bedacht me dat ik wilde schrijven, dat wilde ik altijd al. Door een flyer van de Reelander waarin zij vroegen om journalisten ben ik bij de wijkkrant terecht gekomen. Het bevalt me nog steeds erg goed. Je kunt overal binnenstappen en de mensen zijn bereid hun verhaal aan je te vertellen. Dat is gewoon erg fijn om te doen.”

“De leukste artikelen vind ik De Vijf van Sylvia Korpel, korte stukjes waarin 5 wijkbewoners geportretteerd worden. En de geschiedenis van het Reeland, van Peter Jansen. Als redactie moet je die onderwerpen brengen die voldoen aan de behoefte van wijkbewoners. Aan informatie over hun wijk en de verhalen die zij willen horen van hun medebewoners. Hoe je dat weet? Door te luisteren naar je medebewoners. En naar hun reacties op je krant natuurlijk.”